Nieuw Amsterdam 1











Bouwwerf:              Harland & Wolff, Belfast  (366)

Tonnage:               16.967 brt

L x B x H:               187,68 x 20,88 x 14,40 m

Voortstuwing:         Dubbelschroef; 2 quadruple 4 cil. stoommachines; 10.800 ipk

Snelheid:               16 knopen.

Passagiers:            1e klasse: 442,    2e klasse: 246,    3e klasse: 1078, tussendekpass. 1284

Bemanning:           305

Gebouwd als stalen passagiersschip met drie dekken en veel laadruimte. Het schip kon 14.500 ton in zeven ruimen vervoeren. Deze ruimen werden op reizen naar het westen gebruikt om de ‘Tweendeck’ klasse in opklapbare cabines te vervoeren.

Ze was het laatste schip van de maatschappij met hulpzeilen die aan de voormast konden worden bevestigd. Voor zover bekend werden deze nooit gebruikt. Ze was het grootste schip onder Nederlandse vlag tot de komst van de "Rotterdam" (4) in 1908. De kiel werd gelegd op 21 januari 1904 en de romp werd te water gelaten op 28 september 1905. Door de werf overgedragen op 6 maart 1906.

1906 Ze begon haar eerste reis, van Rotterdam naar New York, op 7 april.

1908 Tussen november en december vond bij de bouwwerf een grote verbouwing plaats, waarbij de passagierscapaciteit veranderde in 443 eersteklas, 379 tweedeklas en 2050 derdeklas (17.149 Brt.). Ook werd om het bootdek glas geplaatst en de eersteklas eetzaal werd vergroot door deze door te laten lopen tot voorbij het brugdek, om haar beter te laten passen bij haar running mate de "Rotterdam" (4).

1910 Na april legde het schip aan in Plymouth op de reizen naar het oosten. In mei 1912 werden zes reddingboten geplaatst op het achterdek, als gevolg van de ramp met de "Titanic".

1914 - 1918 Ze was het enige schip van de maatschappij dat gedurende de gehele Eerste Wereldoorlog dienst deed op de Noord-Atlantische route naar New York.

1915 Ze werd gestopt door de Franse hulpkruiser "La Savoye" voor inspectie om de neutraliteitsregels na te leven. 650 Duitsers en Oostenrijkers werden van het schip gehaald.

1918 Op 21 december vertrok het schip van Rotterdam via Le Havre naar New York voor haar eerste naoorlogse commerciële oversteek met 149 1e klas passagiers, 35 3e klas passagiers en 1715 Franse vluchtelingen.

1920 "Drie passagiers overleden aan boord vanwege bedorven blikgroenten" Bataviaasch Nieuwsblad 09-10

Als gevolg van de veranderingen in regels voor emigranten veranderde de indeling van het schip enkele malen om ten slotte in maart 1926 te eindigen met accommodatie voor 300 in Cabin class en 860 in Tourist class.

1927 "ss  "Nieuw Amsterdam" wordt voorzien van nieuwe ketels" NRC 31-10

1928 In februari werd Cabin class Tourist class en werd Tourist class Third class om zo de meest gunstige tarieven te kunnen bieden onder de geldende ‘Atlantic Pool’ regels. In het winterseizoen maakte het schip een aantal cruises van Boston naar Havana.

1930 Als gevolg van de depressie die zorgde voor lagere prijzen, werd de indeling veranderd in 442 1e klas, 202 2e klas, 636 3e klas en 1284 tijdelijke kooien.

1931 Op 2 oktober maakte zij haar laatste reis Rotterdam naar New York. Op 27 oktober teruggekeerd te Rotterdam en opgelegd. 

1932 Op 26 februari vertrok het schip van Rotterdam naar Osaka in Japan om aldaar gesloopt te worden bij Torazo Hashimoto. Op haar laatste reis vervoerde zij een volle lading kolen in de ruimen om voor de reis te betalen. Ze werd voor de sloop verkocht voor 137.000 gulden.

(tekst: John van Kuijk, lid Archiefcommissie)

Bronnen:
Boer, G.J. de “125 jaar Holland Amerika Lijn”; uitg. De Alk, Alkmaar 1998; ISBN 90 6013 074 X
Dalkmann, H.A. en Schoonderbeek, A. “125 years of Holland America Line”; Edinburgh Pentland Press 1998
Herk, C. van “De Schepen van de Holland Amerika Lijn”, uitg. de Boer, Bussum 1981; ISBN 90 228 1863 2

Joomla templates by a4joomla