Spaarndam 1












Bouwwerf:                  Harland & Wolff, Belfast      (141)

Tonnage:                    4.539 brt

L x B x H:                    134,57 x 12,65 x 7,75 m

Voortstuwing:              Enkelschroef; 4 cil. compound stoommachine; 3000 ipk

Snelheid:                    13 knopen

Passagiers:                 1e klasse: 60,    2e klasse:  92,     3e klasse: 894

Bemanning:                95

Op 30 april 1881 werd bij de werf van Harland & Wolff voor de White Star Line het stoomschip "Asiatic" te water gelaten. Het passagiersschip (bouwnummer 141) werd na te zijn afgebouwd op 12 augustus van hetzelfde jaar overgedragen aan de rederij. Hierbij werd het schip direct hernoemd tot "Arabic".
De machine-installatie bestond uit 3 ketels (dubbeleind), een inverted direct-werkende compoundmachine van James Jack & Co uit Liverpool.
De eerste reis vond plaats op 30 september 1881 en bracht haar van Liverpool naar San Franciso. Deze reis was in charter van de Occidental & Oriental Steamship Company te San Francisco.

1890 In februari kocht de NASM het schip van de White Star Line en herdoopte het schip "Spaarndam". Het schip werd eerst verbouwd en aangepast aan de wensen van de NASM voordat het op 29 maart vertrok naar New York.

1890 (NRC 25.07.1890: Rotterdam, 24 juli)
Het stoomschip "Spaarndam", kapitein Bonjer, heden van New York in de Nieuwe Waterweg aangekomen, is bij de Kruithaven ten gevolge van de lage waterstand aan de grond gevaren. Het komt waarschijnlijk heden avond met hoogwater vlot.
Later bericht: het stoomschip "Spaarndam" is met behulp van de sleepboten "Maassluis", "Zuid-Holland", "Simson", "Hercules", "Zierikzee", "Rotterdam", "Havik", Kinderdijk", "Schiedam", en de loodsstomer "Frans Naerebout" vlot gekomen en opgestoomd naar Rotterdam.

1890 (NRC 17.09.1890:Rotterdam, 16 september)
Men schrijft ons: Hedenmiddag van Rotterdam te ca. 2 uur in gezelschap met enige handelsvrienden, met een van de stoomtugs van de firma L. Smit & Co. een tocht makende naar de Nieuwe Waterweg, ten einde nog eens een bezoek te brengen aan het stoomschip SPAARNDAM, vonden wij na anderhalf uur stomen genoemd vaartuig ter hoogte van het Kanaal van Rozenburg, bij de ondiepte het zuiden, dwars in het vaarwater met de boeg naar het zuiden gericht. Het prachtige zeekasteel lag een weinig slagzij, 22 à 23 voet diep, met stoom op, doch helaas nog altijd bewegingloos, hoe rusteloos ook de schroef het water in bruine golven opzweepte. Aan stuurboord poogden de sleepboten SIMSON, MAASSLUIS en ZIERIKZEE en een drietal kleinere stoomboten de SPAARNDAM in westelijke richting te trekken en aldus uit haar beknelde toestand te redden, terwijl op Zr. Ms. monitor DE PANTER een tros was uitgebracht om het draaien te vergemakkelijken. Alles vruchteloos; zelfs op het gunstigste ogenblik, ca. half vijf, toen het getij daar ter plaatse het hoogst moet geweest zijn, bleef het gevaarte onwrikbaar op zijn plaats. Middelerwijl zagen wij door de noordzijde van de vaargeul passeren de vrij diep geladen stoomboten LLANBERIS en IBIS, zonder dat deze belemmering of oponthoud ondervonden. Te half zes de terugtocht aanvaardende, namen wij de weemoedige overtuiging mede, dat althans deze nacht nog niet de SPAARNDAM met zijn kostbare lading de reis zou voortzetten. De Goole- en Harwichboot kwamen wij onderweg tegen.

1890 Een bijzondere situatie deed zich voor. De Amerikaanse regering had besloten om vanaf 1 oktober hogere tarieven te heffen op de import van bewerkte tabak. Dit nu was een belangrijk exportproduct voor Nederland en deze protectiemaatregel veroorzaakte grote beroering in de Nederlandse zakenwereld. In grote haast werd nu zoveel mogelijk tabak nog naar de Verenigde Staten verscheept om deze accijns te ontwijken. De "Spaarndam", voer op een schema dat nog net vóór de deadline lag. De Nederlandse zakenwereld bood kapitein Bonjer een bonus van 5000,- dollar op voorwaarde dat hij op tijd zou arriveren met zijn schip! Hert lukte en tot verbazing van menigeen werd de bonus inderdaad uitbetaald.

1899 Passagierslijst 07-09 westbound
        Kapitein G. Stenger
        1e stuurman P. van den Heuvel


1899 Bij een verbouwing werd de accommodatie voor de tweede en derde klasse passagiers uitgebreid, hierbij werd de eerste klasse geheel verwijderd.

1901 De "Spaarndam" kwam in februari voor het laatst aan in Rotterdam en werd daarna verkocht aan de Engelse sloperij Thomas W. Ward, te Sheffield, welke het schip sloopte in Preston.

(tekst: John van Kuijk, lid Archiefcommissie)


Bronnen:
Boer, G.J. de “125 jaar Holland Amerika Lijn”; uitg. De Alk, Alkmaar 1998; ISBN 90 6013 074 X
Dalkmann, H.A. en Schoonderbeek, A. “125 years of Holland America Line”; Edinburgh Pentland Press 1998
Herk, C. van “De Schepen van de Holland Amerika Lijn”, uitg. de Boer, Bussum 1981
Holdermans, R  HALLO 6 (1999)

Websites:
Maritiem Historische Databank

Maritiem Digitaal

Wikipedia

Kranten (1893)


Youtube


Joomla templates by a4joomla